Wat is een CNAME-record? Uitleg en voorbeelden
Gepubliceerd op 19 juni 2026 7 min leestijd
Wat is een CNAME-record en hoe stel je er een in? Lees hoe je met een CNAME een subdomein als alias naar een andere hostnaam laat wijzen.
Een CNAME-record is een DNS-instelling waarmee je de ene hostnaam laat verwijzen naar een andere hostnaam. In plaats van een IP-adres geef je een CNAME-record een doelnaam, bijvoorbeeld www.voorbeeld.nl die naar voorbeeld.nl wijst. Op deze pagina lees je wat een CNAME-record precies is, hoe het werkt, wanneer je het gebruikt en welke regels en beperkingen je in de gaten moet houden.
Wat is een CNAME-record?
CNAME staat voor Canonical Name, oftewel canonieke naam. Het is een van de standaard DNS-recordtypen (type 5) en is vastgelegd in RFC 1035 uit 1987. Een CNAME-record maakt van een naam een alias: het verwijst die naam door naar een andere, officiële hostnaam, de canonical name.
Het verschil met een A-record of AAAA-record is belangrijk. Een A-record koppelt een naam aan een IP-adres. Een CNAME-record koppelt een naam aan een andere naam. De DNS-server zoekt vervolgens zelf het bijbehorende IP-adres op bij die andere naam.
Hoe werkt een CNAME-record?
Stel dat een bezoeker www.voorbeeld.nl opvraagt en dat daar een CNAME-record staat dat naar voorbeeld.nl wijst. Dan gebeurt het volgende:
- De DNS-server ziet het CNAME-record en weet dat www.voorbeeld.nl een alias is van voorbeeld.nl.
- De server zoekt daarna de A- en AAAA-records van voorbeeld.nl op.
- Die records leveren het IPv4- en IPv6-adres van de server.
- De bezoeker maakt verbinding met dat adres.
Het voordeel is dat je het onderliggende adres maar op één plek hoeft te beheren. Wijzigt het IP-adres van voorbeeld.nl, dan volgt www.voorbeeld.nl automatisch, omdat de alias naar de naam wijst en niet naar een vast adres.
Wanneer gebruik je een CNAME-record?
Een CNAME-record is handig zodra je een naam wilt laten meebewegen met een andere naam. De meest voorkomende situaties zijn:
- www naar je hoofddomein: de klassieker is www.voorbeeld.nl als alias van voorbeeld.nl, zodat beide adressen op dezelfde website uitkomen.
- Externe diensten en CDN's: veel platformen voor webshops, nieuwsbrieven of een content delivery network (CDN, een netwerk dat je site sneller uitlevert) vragen je om een subdomein via een CNAME naar hun servers te laten wijzen.
- Domeinverificatie: sommige diensten laten je een uniek CNAME-record aanmaken om te bewijzen dat je de eigenaar van het domein bent.
- Onderhoudsgemak: omdat de alias de naam volgt en niet het adres, hoef je bij een serververhuizing alleen het doel aan te passen.
Een CNAME-record aanmaken
De exacte stappen hangen af van waar je je DNS beheert, maar de werkwijze is overal vergelijkbaar. In je DNS-beheer of controlepaneel maak je een nieuw record aan met de volgende gegevens:
- Type: kies CNAME.
- Naam (host): de naam die je als alias wilt instellen, bijvoorbeeld www of een subdomein zoals shop.
- Doel (waarde): de volledige hostnaam waarnaar je verwijst, bijvoorbeeld voorbeeld.nl of een naam die de externe dienst je geeft.
- TTL: de tijd dat het record gecachet mag worden. 3600 seconden (één uur) is een gangbare waarde.
- Opslaan: sla het record op en wacht tot de wijziging is doorgevoerd.
Bij LJPc hosting krijgt een nieuwe DNS-zone standaard al een www-record als CNAME dat naar je hoofddomein wijst, zodat www en je kale domein meteen hetzelfde adres gebruiken.
Een nieuwe of gewijzigde CNAME is niet overal meteen zichtbaar. Door caching kan het tot 24 of 48 uur duren voordat de wijziging wereldwijd is doorgevoerd, al gaat het meestal een stuk sneller.
Voorbeeld van een CNAME-record
Hieronder zie je twee veelvoorkomende voorbeelden. In het eerste geval is www.voorbeeld.nl een alias van voorbeeld.nl. In het tweede geval wijst shop.voorbeeld.nl naar de server van een externe dienst.
| Naam | Type | Doel |
|---|---|---|
| www | CNAME | voorbeeld.nl |
| shop | CNAME | klanten.externe-dienst.nl |
Belangrijke regels en beperkingen
Een CNAME-record is krachtig, maar er gelden een paar strikte regels. Houd je hier niet aan, dan werkt je domein of e-mail mogelijk niet meer.
Geen CNAME op je hoofddomein
Je kunt geen CNAME-record instellen op het hoofddomein zelf, dus op voorbeeld.nl zonder iets ervoor. Dit heet de apex of root. De DNS-standaard schrijft namelijk voor dat een CNAME niet samen met andere records op dezelfde naam mag bestaan, en het hoofddomein heeft altijd verplichte NS- en SOA-records. Een CNAME op de apex kan daardoor nooit. Wil je toch je kale domein laten verwijzen, gebruik dan een A- of AAAA-record, of een alternatief dat je provider aanbiedt zoals een ALIAS-record, een ANAME-record of CNAME-flattening.
Een CNAME staat altijd alleen
Op de naam waar een CNAME-record staat, mogen geen andere records staan. Je kunt dus niet op www tegelijk een CNAME en een los A-record of TXT-record zetten. Wil je naast de alias nog een ander recordtype op die naam, dan moet je een andere opzet kiezen.
MX en NS wijzen nooit naar een alias
Volgens de DNS-standaard (RFC 2181) mag de waarde van een MX-record of NS-record geen alias zijn. Laat een mailserver in een MX-record dus rechtstreeks naar een hostnaam met een A- of AAAA-record wijzen, niet naar een CNAME.
Vermijd lange ketens
Een CNAME mag naar een naam wijzen die zelf weer een CNAME is, maar elke extra stap kost een opzoekactie en maakt de naamomzetting trager en foutgevoeliger. Houd ketens daarom zo kort mogelijk en wijs bij voorkeur direct naar de uiteindelijke hostnaam.
Een CNAME-record controleren
Je kunt zelf nakijken of een CNAME-record goed staat. Gebruik hiervoor een van deze commando's vanaf je eigen computer.
| Besturingssysteem | Commando |
|---|---|
| macOS of Linux | dig CNAME www.voorbeeld.nl +short |
| Windows | nslookup -type=CNAME www.voorbeeld.nl |
Het antwoord toont de canonical name waarnaar de alias verwijst. Zie je geen CNAME, dan is het record nog niet doorgevoerd of staat het op een andere naam.
Problemen oplossen
Werkt een CNAME-record niet zoals verwacht, loop dan deze veelvoorkomende oorzaken na.
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De wijziging is nog niet zichtbaar | De oude waarde staat nog in de cache (TTL) | Wacht tot de TTL is verlopen, tot 24 of 48 uur |
| Foutmelding bij opslaan op het hoofddomein | Een CNAME mag niet op de apex staan | Gebruik een A- of AAAA-record of een ALIAS- of ANAME-record |
| Record laat zich niet opslaan naast andere records | Een CNAME mag niet samen met andere records op dezelfde naam staan | Verwijder de andere records of kies een andere naam |
| E-mail komt niet aan | Een MX-record wijst naar een CNAME | Laat het MX-record naar een naam met een A- of AAAA-record wijzen |
Met een CNAME-record houd je je DNS overzichtelijk: je beheert het onderliggende adres op één plek en laat aliassen automatisch meebewegen. Kom je er niet uit? Neem contact op met support, dan kijken we met je mee.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een CNAME-record en een A-record?
Een A-record koppelt een naam aan een IP-adres. Een CNAME-record koppelt een naam aan een andere hostnaam. Bij een CNAME zoekt de DNS-server daarna zelf het IP-adres op bij die andere naam.
Kan ik een CNAME-record op mijn hoofddomein zetten?
Nee. De DNS-standaard schrijft voor dat een CNAME niet samen met andere records op dezelfde naam mag staan, en het hoofddomein heeft altijd verplichte NS- en SOA-records, dus een CNAME op de apex kan nooit. Gebruik op het hoofddomein een A- of AAAA-record, of een ALIAS- of ANAME-record als je provider dat ondersteunt.
Hoe lang duurt het voordat een CNAME-record werkt?
Meestal binnen enkele minuten tot een paar uur. Door caching kan het in het slechtste geval tot 24 of 48 uur duren voordat de wijziging overal is doorgevoerd. De TTL bepaalt hoe lang oude gegevens bewaard blijven.
Mag een CNAME-record naar een ander CNAME-record wijzen?
Dat mag, maar het wordt afgeraden. Elke extra schakel kost een opzoekactie en maakt de naamomzetting trager en foutgevoeliger. Wijs bij voorkeur direct naar de uiteindelijke hostnaam.
Hoe controleer ik een CNAME-record?
Op macOS of Linux gebruik je het commando dig CNAME naam +short. Op Windows gebruik je nslookup -type=CNAME naam. Het antwoord toont de hostnaam waarnaar de alias verwijst.
Kan ik een MX-record naar een CNAME laten wijzen?
Nee, dat is volgens de DNS-standaard niet toegestaan. Een MX-record moet naar een hostnaam wijzen die zelf een A- of AAAA-record heeft, niet naar een alias.