Naar hoofdinhoud

SRV-record uitleg: opbouw, gebruik en instellen

Gepubliceerd op 19 juni 2026 7 min leestijd

Een SRV-record verwijst diensten zoals VoIP, chat of een gameserver naar de juiste server en poort. Lees hoe je een SRV-record instelt en controleert.

Vlakke illustratie van een persoon aan een laptop met een centrale verdeelhub die drie aanvragen via pijlen naar drie servers stuurt, elk met een eigen poort.

Een SRV-record (Service-record) vertelt programma's waar ze een bepaalde dienst kunnen bereiken: niet alleen op welke server, maar ook op welke poort. Waar een A-record een naam aan een IP-adres koppelt, koppelt een SRV-record een dienst zoals VoIP-telefonie, chat of een gameserver aan een hostnaam en een poortnummer tegelijk. In dit artikel lees je hoe een SRV-record is opgebouwd, hoe prioriteit en gewicht werken, welke diensten het gebruiken en hoe je er zelf een instelt en controleert.

Wat is een SRV-record?

SRV staat voor Service en is een type DNS-record dat de locatie van een netwerkdienst beschrijft. Het record wijst een dienst toe aan een combinatie van een hostnaam en een poort, zodat een toepassing automatisch weet waar ze moet aankloppen. Het is in 2000 vastgelegd in RFC 2782 en heeft in DNS het officiële typenummer 33.

Het verschil met andere records is belangrijk. Een A- of AAAA-record geeft alleen een IP-adres terug. Een MX-record verwijst mail naar een server, maar kan geen poort opgeven en geldt alleen voor e-mail. Een SRV-record kan dat wel: het bevat een poortnummer en werkt voor allerlei diensten. Daardoor kan een VoIP-telefoon, een chatprogramma of een gameclient zichzelf instellen zonder dat je handmatig een serveradres en poort hoeft in te typen.

Hoe ziet een SRV-record eruit?

Een SRV-record heeft een vaste vorm. De naam links bestaat uit drie delen en de waarde rechts uit vier velden:

_dienst._protocol.domein.   TTL   IN SRV   prioriteit gewicht poort target

_sip._tcp.example.com.      3600  IN SRV   10 20 5060 sip.example.com.

De naam is opgebouwd als _dienst._protocol.domein. Het eerste deel is de dienst, voorafgegaan door een liggend streepje, bijvoorbeeld _sip of _xmpp-client. Het tweede deel is het transportprotocol, bijna altijd _tcp of _udp, ook met een liggend streepje ervoor. De streepjes voorkomen dat deze labels botsen met gewone hostnamen. Daarna volgt het domein waarvoor de regel geldt.

De waarde van het record bestaat uit vier velden, in deze volgorde:

De vier velden van een SRV-record
VeldBereikBetekenis
Prioriteit0 tot 65535Welke server eerst wordt geprobeerd. Een lager getal gaat voor. Hiermee regel je uitwijk naar een reserveserver.
Gewicht0 tot 65535De verdeling tussen servers met dezelfde prioriteit. Een hoger gewicht krijgt naar verhouding meer verbindingen. Hiermee regel je load balancing.
Poort0 tot 65535De TCP- of UDP-poort waarop de dienst draait. Dit is wat een SRV-record uniek maakt: het kan naar een afwijkende poort wijzen.
TargethostnaamDe volledige naam van de server die de dienst aanbiedt. Dit moet een hostnaam zijn met een A- of AAAA-record, geen IP-adres en geen alias.

In het voorbeeld hierboven zoekt een SIP-telefoon de dienst _sip._tcp voor example.com en vindt server sip.example.com op poort 5060, met prioriteit 10 en gewicht 20.

Prioriteit en gewicht: zo kiest de client een server

Je mag meerdere SRV-records onder dezelfde naam zetten, bijvoorbeeld voor twee of meer servers. De toepassing kiest er dan zelf een volgens twee eenvoudige regels.

Eerst kijkt de client naar de prioriteit. De records met het laagste getal worden als eerste geprobeerd. Pas als die niet bereikbaar zijn, gaat de client naar de volgende prioriteit. Zo bouw je uitwijk: zet je hoofdserver op prioriteit 10 en een reserveserver op prioriteit 20.

Hebben twee records dezelfde prioriteit, dan bepaalt het gewicht de verdeling. Het gewicht werkt naar verhouding: een server met gewicht 60 krijgt grofweg drie keer zo veel verbindingen als een server met gewicht 20. Zo verdeel je de belasting over meerdere servers. Een gewicht van 0 geeft een server maar een kleine kans om gekozen te worden zolang er servers met dezelfde prioriteit en een hoger gewicht beschikbaar zijn.

Veelgebruikte SRV-records

Niet elke dienst gebruikt SRV-records, maar een aantal bekende toepassingen doet dat wel. De namen en standaardpoorten liggen meestal vast:

Voorbeelden van diensten die SRV-records gebruiken
DienstVoorbeeldnaamStandaardpoort
VoIP en SIP-telefonie_sip._udp of _sip._tcp5060 (versleuteld _sips._tcp op 5061)
Chat via XMPP of Jabber_xmpp-client._tcp en _xmpp-server._tcp5222 en 5269
E-mail-autoconfiguratie (Autodiscover)_autodiscover._tcp443
Minecraft (Java-editie)_minecraft._tcp25565 (of een eigen poort)

Daarnaast leunen Microsoft Active Directory (met diensten als LDAP en Kerberos), agenda- en contactsynchronisatie (CalDAV en CardDAV) en sommige mailprogramma's voor automatische instellingen op SRV-records. Het idee is steeds hetzelfde: de gebruiker hoeft alleen een domein in te vullen, en de software ontdekt zelf de juiste server en poort.

Belangrijke regels en valkuilen

Een paar regels uit RFC 2782 voorkomen de meest voorkomende fouten:

  • Het target moet een hostnaam zijn die zelf een A- of AAAA-record heeft. Vul er nooit een IP-adres in en laat het target ook niet naar een CNAME-record (een alias) wijzen.
  • De poort hoort in het record zelf, in het poortveld, en niet in het target. Het target is alleen de servernaam.
  • Een target die uit een enkele punt bestaat, geschreven als ., betekent dat de dienst bewust niet beschikbaar is op dit domein.
  • Een SRV-record werkt alleen voor programma's die er expliciet naar zoeken. Webbrowsers doen dat niet: een website bereik je via een A- of AAAA-record, nooit via een SRV-record.

Over dat laatste punt bestaat een veelgemaakt misverstand. Je kunt geen website naar een andere poort sturen met een SRV-record, want browsers vragen er nooit naar. SRV-records zijn er voor diensten als VoIP, chat, gameservers en automatische mailinstellingen.

Een SRV-record instellen bij LJPc hosting

Beheer je je domein bij LJPc hosting, dan stel je een SRV-record in via het DNS-beheer. Kies bij het toevoegen van een record als type SRV. Je vult dan deze velden in:

  1. De naam in de vorm _dienst._protocol, bijvoorbeeld _sip._tcp.
  2. De prioriteit, het gewicht en de poort, elk een getal van 0 tot en met 65535.
  3. Het target: de volledige hostnaam van de server die de dienst aanbiedt.
  4. Een TTL, de tijd in seconden dat resolvers het antwoord mogen onthouden, vaak een waarde tussen 60 en 86400.

Het beheer accepteert alleen een hostnaam als target en weigert een IP-adres of een alias, precies zoals de standaard voorschrijft. Weet je niet welke waarden je moet invullen, kijk dan in de handleiding van de dienst die je instelt: die noemt de juiste dienstnaam, het protocol en de poort.

Een SRV-record controleren

Na het opslaan kun je het record opvragen om te zien of het klopt. Gebruik de volledige naam, dus inclusief het dienst- en protocoldeel:

# macOS en Linux
dig SRV _sip._tcp.example.com +short

# Windows
nslookup -type=SRV _sip._tcp.example.com

Het antwoord toont de prioriteit, het gewicht, de poort en het target. Zie je je nieuwe record nog niet, geef het dan even tijd. Wijzigingen in DNS worden wereldwijd verspreid en kunnen door de TTL tot 24 of 48 uur duren voordat ze overal zichtbaar zijn.

Kom je er niet uit? Neem contact op met support, dan kijken we met je mee.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een SRV-record en een A-record?

Een A-record koppelt een naam aan een IP-adres en zegt niets over een poort of een dienst. Een SRV-record koppelt een specifieke dienst aan een hostnaam en een poort, en kan ook prioriteit en gewicht meegeven voor uitwijk en load balancing. Het target van een SRV-record verwijst meestal naar een naam die zelf weer een A- of AAAA-record heeft.

Mag het target van een SRV-record een IP-adres of een CNAME zijn?

Nee. Het target moet een hostnaam zijn die zelf een A- of AAAA-record heeft. Een IP-adres is niet toegestaan en een verwijzing naar een CNAME-record (een alias) ook niet. Wil je een IP koppelen, geef het target dan een eigen A- of AAAA-record.

Waarom werkt mijn website niet via een SRV-record?

Omdat webbrowsers geen SRV-records opvragen. Een website bereik je altijd via een A- of AAAA-record op de juiste naam. SRV-records zijn bedoeld voor diensten als VoIP, chat, gameservers en automatische e-mailinstellingen, niet voor gewoon webverkeer.

Wat betekenen de prioriteit en het gewicht?

De prioriteit bepaalt de volgorde: het record met het laagste getal wordt eerst geprobeerd, de rest dient als uitwijk. Het gewicht verdeelt het verkeer tussen records met dezelfde prioriteit, waarbij een hoger gewicht naar verhouding meer verbindingen krijgt.

Hoe controleer ik een SRV-record?

Vraag het record op met de volledige naam. Op macOS of Linux gebruik je dig SRV _sip._tcp.example.com +short, op Windows nslookup -type=SRV _sip._tcp.example.com. Vervang de naam door die van jouw dienst. Het antwoord toont de prioriteit, het gewicht, de poort en het target.

Hoe lang duurt het voordat een SRV-record werkt?

Een nieuw of gewijzigd record is meestal binnen enkele minuten tot enkele uren zichtbaar. Door caching en de TTL kan het in het slechtste geval tot 24 of 48 uur duren voordat alle resolvers de nieuwe waarde gebruiken.

Toch liever iemand spreken?

We geven je ook graag persoonlijk antwoord op je vragen. Plan een gratis adviesgesprek of bel ons direct. We denken graag met je mee.

Blijf op de hoogte van recente ontwikkelingen! Schrijf je in en ontvang onze nieuwsbrief Bezig met aanmelden... Bedankt voor je inschrijving! Er ging iets mis. Probeer het later opnieuw.